Vrije Vogels
(1e boek)
...... In een paar zinnen vertelde hij wat hij net van Trisha had gehoord en wat hun plannen waren voor de toekomst.
"Trisha kan nakomen zodra jij daar zit," argumenteerde Hughy, "trouwen kan je daar ook en het kind kan daar ook ter wereld komen."
"Ik heb George en Mabel nog niet eens toestemming gevraagd, George weet niet waar ik vandaag zal blijven als ik niet over een uur bij hem ben in de stad," sputterde Steven weer.
Nu was Hughy het beu en greep de inmiddels aangeklede Steven bij z'n hemd en sleurde hem naar buiten. Met een ferme duw stootte hij Steven tegen de muur van het huis.
"Wat is nou eigenlijk belangrijker voor die George van jou, iemand die na een klein verhaaltje van z'n dochter weet waar je bent of een dode medewerker. Wie weet loeren ze nu al op ons en heb je straks weer een kogel te pakken. Man, stel je niet zo aan en schiet op."
Hughy gaf hem een tikje tegen z'n wang en Steven kwam met een klap weer terug in de realiteit.

Heel snel werd er afscheid genomen van Trisha en duizend zinnen werden samengevoegd tot een gesprek van een minuutje. Hij zou haar bericht sturen, zou zorgen voor een huis en dan zouden ze trouwen.

Hals over kop vertrokken ze daarna richting vliegveld, vanwaar Hughy terug zou vliegen naar New York. Steven zou per auto gaan, een reis die (als hij goed door zou rijden) zeker een week zou duren.
Hij had van Hughy een creditcard gekregen voor de onkosten die hij onderweg zou maken, Hughy had hem zelfs een "overlevingspakket" (eten en drinken) meegegeven voor de eerste dag.
Maar nu moest hij weer weg terwijl het net goed leek te gaan. Hij moest wr die sprong in het absolute duister maken. Na zo'n 600 kilometer (en bijna een heel pakje sigaretten) stopte hij bij een wegrestaurant en bestelde iets te eten met een grote kop koffie. De koffie was sterk en deed hem weer een beetje helder denken.
Hij had nog een vreselijk eind rijden voor de boeg, alleen, en dat gaf nog genoeg tijd om na te denken. Wie was hij eigenlijk, dit keer? Hij pakte de enveloppe met papieren en begon te lezen wat Hughy voor hem verzonnen had.
Het paspoort stond op de naam Steven Vanhoven, sterker nog, dit was zijn eigen oude paspoort. De adrenaline spt z'n aderen in en hij moest de koffie even neer zetten. Geen cover, gewoon onder z'n eigen naam. Uit het paspoort dwarrelde een papiertje.
"Dit is de beste manier, dit zullen ze niet verwachten," stond er op. Steven was er niet echt gerust op, maar er zat niet veel anders op dan gewoon doorgaan met datgene dat Hughy had geregeld. Hij wilde eigenlijk Trisha bellen, maar bedacht bijtijds dat dit geen goed idee zou zijn. Waarschijnlijk zou z'n telefoon afgeluisterd worden en was alles, nog voor het begonnen was, al weer voorbij. Hij besloot dat hij beter kon schrijven, zodra hij tijd had. Hij at nog even door maar door de schrik smaakte het niet meer. Hij rekende af, kocht nog een pakje sigaretten en stapte weer in de auto. Het plan was om nog een paar uur door te rijden en dan ergens te overnachten, maar door gebrek aan slaap reed Steven daarna in n ruk door tot hij over de staatsgrens van Tennessee was. De vermoeidheid had blijkbaar plaatsgemaakt voor boosheid, een vechtlust. Dit zou de laatste keer zijn dat hij zich weg liet jagen. Dayle kon hem wat, vanaf nu was het voorbij met het eeuwige achterom kijken, vanaf nu zou dit z'n leven niet meer beheersen.

Na een lange vermoeiende reis kwam Steven een paar dagen later in Clearwater Largo aan. Na enig gevraag bij de Greyhound Bus Terminal bleek dat hij moest zoeken op Clearwater Beach en korte tijd later had hij het bureau gevonden. Snel nog pakte hij een schoon shirt en met de papieren onder z'n arm stapte hij het bureau in. Hij was verrast, het ademde hier een totaal andere sfeer uit dan het bureau in New York. Dit was een fris bureau met vrolijke kleuren. Een radio stond tamelijk hard aan. Via de receptioniste kwam hij bij z'n nieuwe baas, Jesse Crane. Een man die niet veel ouder kon zijn dan hijzelf. Hij overlegde de papieren en op Jesse's gezicht verscheen een grijns. Hij stond op en sloot de deur van het kantoor.
"Ben jij eigenlijk niet dood?" vroeg hij Steven plagend......